Selecteer een pagina

Dit kengetal geeft de mate aan waarin de onderneming met eigen middelen wordt gefinancierd. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van ondernemingsrisico’s, de verplichtingen op de lange termijn. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de onderneming hiertoe in staat is. Bij de bepaling van de solvabiliteit op basis van het aansprakelijk vermogen wordt bij het eigen vermogen een aantal posten opgeteld, die mede risicodragend zijn het aandeel derden, de latente belastingverplichting en eventuele achtergestelde leningen. Het balanstotaal is het totale vermogen. Een solvabiliteit van 25% betekent dat voor elke euro die door het bedrijf is aangetrokken, 0,75 wordt gefinancierd met vreemd vermogen (schulden). Het balanstotaal komt overeen met het totale vermogen.

Formule:

eigen vermogen

Solvabiliteit

=

balanstotaal

Er zijn ook andere mogelijkheden om de solvabiliteit te berekenen. In de onderstaande formules wordt gemeten in welke mate een onderneming uit de totale waarde van de activa aan de schulden kan voldoen.

Formule:

totaal vermogen

Solvabiliteit

=

vreemd vermogen

Norm: Hoe hoger de uitkomst, des te meer solvabel is de onderneming.

Formule:

eigen vermogen

Solvabiliteit

=

vreemd vermogen

Gezien de veranderingen in de zorgsector, is het lastig hiervoor een norm te geven. Het RIVM geeft de ontwikkelingen hieromtrent goed aan. Uitgaande van de financiële positie van intramurale zorginstellingen binnen drie sectoren: ziekenhuizen, gehandicaptenzorg en verpleging en verzorging, is de gemiddelde Solvabiliteit van de zorginstellingen in 2004 8% geweest. Gegeven de lage rentabiliteit van zorginstellingen, kan de solvabiliteit slechts langzaam toenemen. Het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ) kan eisen stellen rond de solvabiliteit.