Selecteer een pagina

De verwachte nuttige gebruiksduur van een duurzaam productiemiddel waarover de aan-koopprijs zal moeten worden afgeschreven ten laste van de resultatenrekening.
– Economische levensduur. De periode waarin het productiemiddel economisch verantwoord gebruikt kan worden, dus rekening houdend met de opbrengsten en de (onderhouds)kosten ervan.
– Technische levensduur. De periode waarin het productiemiddel technisch kan functioneren.