Selecteer een pagina

De gouden balansregel en de gulden financieringsregel worden dikwijls als synoniemen ge-hanteerd. Er bestaat echter een nuance verschil. Zie ook Gulden financieringsregel.

De gouden balansregel geeft aan dat er een evenwicht moet zijn tussen structuur (omvang en levensduur) van de activa en de structuur van het vermogen. Materiele vaste activa die-nen te worden gefinancierd met eigen vermogen of langlopende schulden. Terwijl vlottende activa met kortlopende schulden gefinancierd dienen te worden.

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de vaste activa worden gefinancierd door vermo-gensvormen die voor langere termijn aan de onderneming zijn toegezegd. Indien de verhou-ding kleiner is dan één, is er een overschot aan lang vermogen waarmee de vlottende activa kunnen worden gefinancierd. Een lager kengetal van de gouden balans brengt een hogere li-quiditeit met zich mee. Vaak worden in de teller ook de voorzieningen meegenomen (op lange termijn).

Als norm wordt gesteld dat deze kleiner dan één moet zijn, dit betekent dat het werkkapitaal groter dan nul is. Zie ook Werkkapitaal en Current ratio.

Formule: vaste activa
Gouden balans regel =

eigen vermogen + lang vreemd vermogen