Selecteer een pagina

(begrip uit de zorgsector)
In de zorgsector wordt gesproken over eerste, tweede en derde geldstroom. De eerste geld-stroom bestaat uit publieke middelen die door het Ministerie direct beschikbaar worden ge-steld, behalve de Rijksbijdragen voor wetenschappelijk onderzoek. De tweede geldstroom bestaat uit andere publieke middelen die toegewezen zijn voor wetenschappelijk onderzoek.

De derde geldstroom bestaat uit de overige middelen en gelden die ‘extern’ worden binnen gehaald. Het gaat om geld van ministeries, non-profit organisaties, ondernemingen, particulie-ren en de Europese Unie. Bijvoorbeeld ten behoeve van contractonderzoek. In de kern is de derde geldstroom de mogelijkheid van de zorgaanbieder om andere gelden binnen te halen door de eigen diensten ‘commercieel’ te leveren. Een voorbeeld is een ambulancedienst die BHV-ers van andere organisaties gaat opleiden om met AID-apparatuur om te gaan. Het geld wat daarmee wordt verdiend wordt de derde geldstroom genoemd.