Selecteer een pagina

Het begrip actuele waarde wordt, veelal, gebruikt als andere methode dan de historische kostprijs. Tegenover die historische kostprijs is dan sprake van een herwaardering die bij-voorbeeld op basis van vervangingswaarde kan zijn, maar ook op allerlei andere manieren kan zijn bepaald. Hierbij hoeft het overigens nog helemaal niet duidelijk te zijn of het betreffen-de actief (bijvoorbeeld een gebouw) na verbruik in de verre toekomst weer vervangen zal worden.

Hiervan uitgaande kunnen in het stelsel van de actuele waarde drie uitgangspunten worden gehanteerd:
– Het gebruik van de vervangingswaarde waarbij waarde van het activum datgene is dat betaald dient te worden voor het verkrijgen of vervaardigen van een vervangend be-drijfsmiddel.
– Het gebruik van de directe opbrengstwaarde waarbij de onderneming verwacht op korte termijn het gebruik van het activum te staken. De waarde die maximaal verkregen kan worden, onder aftrek van te maken kosten.
– Het gebruik van de bedrijfswaarde waarbij het gebruik van het activum zal doorgaan, maar er geen verwachting is het activum op langere termijn te vervangen. Ook wel indi-recte opbrengstwaarde genoemd. Deze waarde is gelijk aan de positieve resultaten die nog met het activum gehaald kunnen worden.

De wet op de jaarrekening gaat uit van drie verschillende waarderingsstelsel:
1. historische kostprijs, 2. de actuele waarde en 3. de nettovermogenswaarde.
De waardering kan betrekking hebben op zowel de activa als de passiva.